Aanmelden voor nieuwsbrief

Unieke tekeningen (her)ontdekt in Delfts archief

06 januari 2014

Een van de meest dramatische gebeurtenissen in de Delftse geschiedenis was de opheffing van de kloosters in 1573, in de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog. Dat was niet alleen een opstand van de Nederlandse gewesten tegen het Spaanse gezag, maar ook een strijd tegen het monopolie van de katholieke eenheidskerk van de Middeleeuwen. 

Unieke tekeningen (her)ontdekt in Delfts archief

Proostie van Coonixvelt bij Delft: Het klooster Koningsveld stond onder leiding van een proost, vandaar dat het werd aangeduid als proosdij. Deze tekening van de sloop dateert uit 1573. (Archief Delft)

Willem van Oranje probeerde als leider van de opstand nog even om katholiek en protestant vreedzaam te laten samenleven.In de praktijk kwam daar niets van terecht, zelfs niet in Delft, waar hij zijn hoofdkwartier had. De beide parochiekerken kwamen in handen van de calvinisten en de kloosters werden opgeheven. Honderden kloosterlingen en priesters moesten uitwijken naar katholieke streken of zich aanpassen aan de nieuwe verhoudingen.

Schamele resten
Ooit stonden er in de Delftse binnenstad tien kloosters. Slechts van twee daarvan zijn nog restanten te zien. Museum Het Prinsenhof is gevestigd in de gebouwen van het Sint-Agathaklooster. En in het complex van studentensociëteit Sanctus Virgilius aan de Oude Delft zijn delen bewaard van het Sint-Barbaraklooster. Van de kloosters die buiten de stadswallen stonden, is helemaal niets over. Ze werden gesloopt om te voorkomen dat Spaanse troepen zich erin konden verschansen bij een eventuele belegering van Delft. Zo moest ook Koningsveld het ontgelden, het oudste en rijkste klooster van Delft, gelegen net ten zuiden van de stad, tussen de Schie en de Rotterdamseweg. Het was gesticht in 1251 en werd bewoond door adellijke vrouwen. Vóór de bouw van de huidige woonwijk, een jaar of tien geleden, zijn er opgravingen gedaan. De gevonden fundamenten leerden ons veel over de plattegrond, maar voor de bovengrondse situatie zou je toch graag beschikken over afbeeldingen uit de tijd dat het klooster nog overeind stond.

Nu zijn er prentjes in omloop waarop Koningsveld is afgebeeld, zij het nogal primitief. De meeste zijn afkomstig uit achttiende-eeuwse geschiedwerken, zoals de stadsbeschrijving van Boitet uit 1729. Ze laten vanuit verschillende hoeken een onttakeld gebouw zien, kennelijk tijdens de afbraak. Deze prenten zijn altijd afgedaan als fantasiewerk van een illustrator die toch iets wilde laten zien van een ooit belangrijke maar al lang verdwenen gebouw. Dat was waar, tot het tegendeel kon worden bewezen – en dat is gelukt!

Grote verrassing
Het Delftse gemeentearchief blijkt al meer dan een eeuw in het bezit van een album met ingeplakte tekeningen van onder meer Koningsveld. Ze stonden te boek als kopieën van prenten in de boeken van Boitet en anderen, dus oninteressant. Maar enkele maanden geleden werd mijn aandacht op dit album gevestigd door bouwhistoricus Wim Weve – inderdaad, dezelfde die dat mooie boek over Delftse huizen heeft geschreven. Hij wierp de vraag op of die tekeningen toch niet ouder konden zijn dan de negentiende eeuw, waarop ze bij het archief waren gedateerd. Nieuwsgierig geworden besloot ik het album, dat ik nog nooit in handen had gehad, eens te onderzoeken. Het eerste wat mij opviel was het merkwaardige papier: het had een onregelmatige, grauwe kleur en een heel ruwe structuur. Voorin het album lag een notitie dat dit papier dateerde uit de negentiende eeuw – vermoedelijk de reden voor de late datering van de tekeningen. Maar er was nog iets bijzonders: bij de afbeeldingen stonden teksten, soms nauwelijks leesbaar omdat de inkt in het ruwe papier was uitgelopen. Van papier weet ik weinig, maar van handschrift des te meer – en dit was ongetwijfeld veel ouder dan de negentiende eeuw.

Ik besloot de restaurator van het archief nog eens goed naar het papier te laten kijken. Onder de microscoop bleek dat het niet was gemaakt van lompen, zoals eeuwenlang gebruikelijk, maar van vlas. Het zat vol met strootjes en andere houtachtige vezels – vandaar de ruwe structuur. Verder onderzoek leerde dat dergelijk papier vrijwel uitsluitend in de tweede helft van de zestiende eeuw werd gebruikt. Niet om op te schrijven natuurlijk, maar om op te tekenen, met potlood, krijt en zilverstift bijvoorbeeld. En zo ontdekten we dat dit album geen kopieën van de bekende achttiende-eeuwse prentjes bevat, maar de originele tekeningen, die juist als voorbeeld hebben gediend voor de prentmaker. Bij sommige tekeningen staat het jaartal 1573 en er is geen enkele reden om te betwijfelen dat ze inderdaad zijn gemaakt door een ooggetuige van de afbraak van Koningsveld.

Dit artikel verscheen in Delft op Zondag op 5 januari 2014

Enthousiasme bij voormalig DSM medewerkers

Veel enthousiasme voor ons project bij de presentatie op de jaarlijkse landelijke DSM seniorendag